Helleborus thibetanus

Helleborus thibetanus, Franchet (1885)

Helleborus thibetanus komt uit China, uit het regenwoud in de provincies Gansu, Shaanxi, Hubei en Sichuan, om precies te zijn. Daar is hij te vinden op een hoogte van 1100 tot 3700 meter. Zodoende is deze soort geografisch volledig geïsoleerd van de andere Helleborus soorten.

Het tere blad van deze caulescente soort heeft acht tot tien deelblaadjes en heeft een getande rand. De plant groeit over het algemeen langzaam maar hij ontwikkelt zich snel in het voorjaar, waardoor hij gevoelig is voor late vorst. Beschadigde bloemstelen kunnen volledig in elkaar zakken en afsterven. Deze Helleborus soort wordt tussen 30 en 50 cm hoog. Het blad groeit nauwelijks tijdens de bloei.

De bloemen hebben een doorsnede van 4-6 cm en ze kunnen crèmewit tot roze zijn. Vaak hebben ze donkerroze nerven of ze worden roze aan het eind van de bloei. Helleborus thibetanus ziet er tijdens de bloeitijd van begin maart tot en met begin april zeer opvallend uit, want op elke scheut vormen zich dan tot zeven bloemen tegelijkertijd. Na de bloei sterven de planten boven de grond af en doorlopen een zomerrust.

Helleborus thibetanus heeft een eigenaardige manier van ontkiemen, waarbij de kiembladen onder de grond blijven (hypogeïsche kieming). Het blad boven de grond zijn de eerste echte bladeren, de zogenaamde primaire bladeren.